Op 25 maart 2007 besteedde Reporter uitgebreid aandacht aan de Nederlandse rol in de Irak-oorlog. KRO Reporter sprak destijds met mensen die direct bij de Nederlandse besluitvorming waren betrokken en legde de hand op geheime stukken die een nieuw licht werpen op de Nederlandse rol bij de val van Saddam.
Lees verder voor alle informatie over deze uitzending
(Je vindt daar ook een link naar de uitzending zelf)
De conceptversie van de kabinetsreactie op het Rapport Davids
Op 12 januari presenteerde de commissie Davids haar rapport. In 551 pagina’s doet zij uit de doeken hoe het eerste kabinet Balkenende tot het oordeel kwam dat de Amerikaanse aanval op Irak in maart 2003 legitiem was en de politieke steun van Nederland verdiende.
Het wachten is op een inhoudelijke reactie van het kabinet. Het rapport Davids zal daarbij, zo heeft premier Balkenende beloofd, ‘leidend’ zijn.
Reporter kreeg een conceptversie van de reactie in handen. Hoewel ze twee weken oud is en onvoldragen, is wat er staat wel volkomen helder. Het kabinet gaat op een aantal punten door het stof maar houdt ook regelmatig vast aan haar eigen opvattingen.
De conceptversie beslaat 26 pagina’s en dateert, voor zover Reporter dat kon nagaan, van 20 of 21 januari. De belangrijkste punten op een rijtje:
De rol van minister-president Jan Peter Balkenende
- De commissie Davids concludeert dat de regie van premier Balkenende aanvankelijk ver te zoeken was. Het kabinet zegt die kritiek niet te begrijpen. Ze wijst op het veelvuldig overleg dat de premier vanaf november 2002 zou hebben gevoerd met de meest betrokken bewindspersonen. Vanaf februari 2003 vond dat, zo schrijft het kabinet, wekelijks plaats. “Gezien de omvang van dit politiek overleg is niet duidelijk wat de commissie bedoelt met de conclusie dat de minister-president zich pas in een laat stadium intensief met het dossier Irak bezig is gaan houden, en op een moment dat het regeringsstandpunt reeds vast zou liggen. […] De MP heeft gedelegeerd aan de eerstverantwoordelijke minister en zijn rol op het dossier vergroot toen de politieke situatie in binnen- en buitenland daarom vroeg.
Informeren van de Tweede Kamer
- Het kabinet is het ook niet eens met de opvatting van Davids dat het de Tweede Kamer eerder had moeten informeren over de zogenoemde Host Nation Support (HNS), het doorvoeren van Amerikaanse manschappen en materiaal via Schiphol en Rotterdam. In de conceptbrief lezen we dat “het kabinet deelt echter niet de opvatting van de commissie dat na de brief van 6 december 2002 eerst een voornemen moest worden gemeld aan de kamer, alvorens definitief in te kunnen stemmen met deze vorm van steunverlening. Ten aanzien van steunverlening in het kader van HNS bestond en bestaat geen plicht om de Kamer voorafgaand aan de inzet van de krijgsmacht te informeren.”
- Op 15 november 2002 vraagt de Amerikaanse regering Nederland om militaire steun. Het gaat onder andere om de inzet van Nederlandse F16’s, de Luchtmobiele Brigade, fregatten, mijnenvegers. De regering licht de Tweede Kamer hier niet over in. Volgens het kabinet hoefde dit ook niet omdat Nederland uiteindelijk nee verkocht. Het kabinet schrijft: “Het wordt onwenselijk geacht dat het kabinet informatie verstrekt over sonderingen en voorbereidende contacten tussen landen, indien dit niet leidt tot besluitvorming over concrete, uitgewerkte opties voor militaire bijdragen. […] Daarnaast heeft informatie uit het voorbereidende verkeer een vertrouwelijk karakter en zal er per definitie geen volledige openheid van zaken over dit soort informatie worden gegeven.” Maar, ook al is de regering daartoe niet verplicht, het kabinet geeft wel toe dat ‘de Kamer meer informatie verschaft had kunnen worden over het Amerikaanse verzoek van 15 november.”
- Het laatste geldt ook, zo stelt het kabinet, voor het besluit Patriots naar Turkije te sturen. Terug blikkend was het ‘beter geweest als bij het besluit tot uitzending van de Patriots en de begeleidende militairen naar Oost-Turkije, die met het oog op de verdediging van het bondgenootschappelijk grondgebied plaatsvond, de Kamer langs de lijnen van het Toetsingskader was geïnformeerd’. Het Toetsingskader slaat op de zgn. artikel 100 procedure.
- Het kabinet houdt wel vol dat de Patriots louter defensief zijn ingezet. Een kwalificatie die Davids ‘aanvechtbaar’ vindt. Het kabinet stelt dat “vanuit de posities in Diyarbakir en Batman kon, gelet op de systeemkarakteristieken, niet met enige kans op succes op eventuele doelen in het Irakese luchtruim worden gevuurd. In die zin zijn de Nederlandse Patriots ingezet als defensief wapen. Het standpunt van de toenmalige regering dat de Patriots louter ter verdediging werden ingezet wordt in de context van stationering in Diyarbakir en Batman niet aanvechtbaar geacht.”
De rol van de inlichtingendiensten
- De commissie Davids onderzocht ook de rol van de Nederlandse inlichtingendiensten, de MIVD en de AIVD. Het kabinet erkent dat er een ‘zekere spanning bestond’ tussen ‘de (meer stellige) communicatie door bewindspersonen en de bij de diensten aanwezige informatie over de dreiging die uitging van het Irakese MVW-programma. Zo had de MIVD kritiek op de Britse ‘45minutenclaim’, ging de dreiging vooral uit van de aanwezige kennis en kunde om op termijn te kunnen beschikken over MVW en werden kritische kanttekeningen geplaatst bij de inzetbaarheid van waarschijnlijk geachte restvoorraden biologische en chemische wapens. Voor de meer stellige formuleringen over de dreiging die uitging van Irak in de brief van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van 4 september 2002 was er geen (sic) onvoldoende basis in de rapportages van de diensten.’
De rol van Jaap de Hoop Scheffer
- De commissie Davids concludeert dat (de toenmalige) minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA) in de zomer van 2002 feitelijk het kabinetsbeleid ten aanzien van Irak bepaalt. Davids wijst op een brainstormsessie op 9 augustus 2002 waar De Hoop Scheffer en een aantal ambtenaren het beleid formuleren dat Nederland tot aan de oorlog op 20 maart 2003 zal volhouden. Davids spreekt van een ‘achteloos’ georganiseerde, 45 minuten durende sessie.
- Volgens het kabinet hecht Davids teveel belang aan de bijeenkomst. De commissie gaat ‘voorbij aan de voorgeschiedenis en het veelvuldig overleg’ dat op de brainstormsessie zou volgen. Ook overschat Davids de invloed van de bijeenkomst op de beleidsvorming. De sessie was ‘geen trendbreuk’ en er was ‘geen sprake van een omslag op het dossier, eerder van continuïteit.’
- Davids wijst op het feit dat na de sessie De Hoop Scheffer op 4 september 2002 een brief stuurt naar de Tweede Kamer. Daarin formuleert hij het Nederlandse beleid ten aanzien van Irak en de massavernietigingswapens. De Hoop Scheffer doet dat zonder overleg met de rest van het kabinet.
- Volgens de regering was daar domweg geen tijd voor. Ze wijst er in de conceptbrief op dat de Tweede Kamer op 3 september 2002 om een brief vroeg en dat De Hoop Scheffer drie dagen later zou afreizen naar Washington. “Gezien de wens van de Tweede Kamer tot spoedige overlegging van deze brief alsmede de aanstaande reis van minister De Hoop Scheffer, bestond er evenmin ruimte voor extensieve interdepartementale afstemming dan wel bespreking in de ministerraad van 6 september 2002.”
- Het beeld dat De Hoop Scheffer in zijn eentje het beleid bepaalde vindt het huidige kabinet. “Dat de brief van 4 september 2002 afkomstig was van Buitenlandse Zaken betekende niet dat die minister en een kleine kring van zijn ambtenaren het Irak-dossier hebben gedragen met voorbijgaan aan andersluidende meningen dan wel andere ministeries en bewindspersonen.”
- Davids concludeert dat Nederland zich ‘al vroeg in het proces’ achter de Amerikaans-Britse positie schaarde. Ook hier ziet het kabinet de zaken anders dan de onderzoekscommissie. “Het kabinet zou de beleidskeuzen van de toenmalige bewindspersonen niet willen benoemen als een ‘Atlantische reflex. […] Nederland was vóór het VN-spoor, vóór een tweede resolutie van de Veiligheidsraad en vóór een gemeenschappelijke EU-positie ten aanzien van Irak […]Vanwege deze aanhoudende aandacht voor het Europese en het VN-spoor meent het kabinet dat Nederland zich niet vroegtijdig achter de Amerikaans-Britse positie heeft geschaard.”
- Volgens Davids was het Amerikaanse doel regime change in Bagdad. Nederland wist dat maar propageerde dat het haar daar niet om ging. ‘Onwaarachtig”, aldus Davids. Het kabinet zegt nu dat er ‘geen sprake is van herkenning’ bij die kwalificatie.
- Tevens onderkent het kabinet dat door het onvoldoende duidelijk vaststellen wat nu precies onder ‘politieke steun’ moest worden verstaan, het gebruik van deze term achteraf tot verschillende interpretaties aanleiding heeft gegeven
Het volkenrechtelijk mandaat
- Wat het volkenrechtelijk mandaat betreft is de concept brief identiek aan de brief die het kabinet op 13 januari naar de Tweede Kamer stuurde. Ook hier luidt de conclusie dat ‘in het licht van deze ontwikkelingen en met de kennis van nu aanvaardt het kabinet dat voor een dergelijk optreden een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest’. Met de Commissie Davids is het kabinet van mening dat ‘de verdeeldheid binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken over het volkenrechtelijk mandaat ongelukkig was’.