Reporter 

Andere weblogteksten

8 oktober (Deh Rawood)
Een militair: "Ze gebruiken de weed vooral om touw van te maken hoor meneer."

 

7 oktober (Tarin Kowt - Deh Rawood)
Voor we mee mogen op een zogenoemde voetpatrouille, krijgen we een verplichte wapenles.

 

4 oktober (Tarin Kowt)
De Taliban in de directe omgeving lijken talrijker, sterker en brutaler te worden.

 

3 oktober (Tarin Kowt)
Bij de Nederlanders is de toiletgang vaak een geliefd gespreksonderwerp.

 

1 oktober (Kandahar)
Kapitein Piet vertelt over de wreedheden van de Taliban.

 

1 oktober (Kabul - Kandahar)
In het Holland House draaien ze snoeiharde gabbermuziek.

 

29 september (Eindhoven - Adana)
Een anonieme militair: "Ze wisten vanaf dag één dat het vechten zou worden."

 

Dixieland

3 oktober 2006
Tarin Kowt

De toiletgang is voor Nederlanders vaak een geliefd gespreksonderwerp. Ik meng me er zelden in. Al is het maar om te voorkomen dat mijn eetlust tot beneden het nulpunt gereduceerd wordt. Maar dit keer is er geen ontkomen aan. Mocht u nog aan tafel moeten, slaat u dit stukje dan over. 

We zijn in Tarin Kowt, de Nederlandse basis in oostelijk Uruzgan. Er is een handjevol gewone toiletten, vlakbij de douches. Maar dat is een end lopen. Vooral 's nachts, in het pikkedonker langs bouwputten, betonplaten, metalen uitsteeksels geen sinecure. Maar gelukkig de dixie biedt uitkomst. Het gaat om een uit hard plastic opgetrokken bouwsel. Bij binnenkomst is de doeltreffendheid in een oogopslag duidelijk. Links bevindt zich een pisbakje. Niet te hoog, niet te diep dus afstand houden om broekbevuilende weerkaatsing te voorkomen. Kwestie van handigheid. Er loopt een buisje naar rechts daar klatert je urine dan in een containertje. De toiletpot maakt deel uit van een massieve achterwand met aan de zijkant ruimte voor papier en een flesje vloeibare zeep. De pot zelf is voorzien van bril én deksel. Geen overbodige luxe die laatste omdat het de geur die er onder vandaan komt enigszins dempt. De open container is gevuld met chemicaliën die tot doel hebben de uitwerpselen te verdunnen tot een nagenoeg vloeibare brei. Logisch want die bak moet geleegd worden. Twee maal daags. Het zal niemand verbazen, dat doet een Afghaan. Vanuit een tankwagen hangt hij er een slang in die de derrie er uit zuigt. Dan spuit hij de cabine vol desinfecterende zeep. Hij vult de voorraad, roze, uit China geïmporteerd toiletpapier aan ("Het veegt niet af maar opzij," klaagt een gebruiker), zet er een nieuw flesje handige zeep - want geen water nodig - neer en de dixie is weer als nieuw. 

Die middag zit hij gehurkt in de schaduw, de Afghaan. Hij glimlacht vriendelijk. En omdat hij de eerste 'local' is die ik van dichtbij zie, zet ik hem, met zijn instemming op de foto. Dat valt niet mee. Want m'n toestel flitst een paar keer terwijl ik dat niet wil. Pas de derde lukt. En al die tijd lacht ie vriendelijk. Ik laat het resultaat aan hem zien en hij zegt "good, good". En omdat ie zo enthousiast reageert, maak ik er nog één en wandel weg.

Niet veel later trek ik de deur van 'mijn dixie' open, die ik overigens moet delen met naar schatting zeker 50 anderen, en ga even later zitten. Als ik mijn broek rond m’n knieën heb slaat de schrik me om het hart. Hij wankelt. M'n dixie dreigt voorover te vallen. Ik zie het gebeuren. Ik kan er niet uit en omdat het terrein glooiend is, stroomt vrijwel de gehele inhoud van de container eruit en over me heen terwijl ik machteloos op mijn buik op de deur lig. Een horrorscenario. Ik smijt het deurje open en spring met m'n broek maar half op z'n plaats naar buiten. Daar zie ik dat het rechterstutbalkje dat m’n dixie op zijn plaats moet houden er bijna onderuit is. Zou hij? Nee, dat kan haast niet.

Terug op m'n stapelbed kijk ik nog eens naar de foto's van de Afghaan. Dan zie ik dat op de vierde foto alle vriendelijkheid van z'n gezicht verdwenen is. Hij was het al lang beu. Die laatste had ik niet moeten maken.