8 oktober (Deh Rawood)
Een militair: "Ze gebruiken de weed vooral om touw van te maken hoor meneer."
7 oktober (Tarin Kowt - Deh Rawood)
Voor we mee mogen op een zogenoemde voetpatrouille, krijgen we een verplichte wapenles.
4 oktober (Tarin Kowt)
De Taliban in de directe omgeving lijken talrijker, sterker en brutaler te worden.
3 oktober (Tarin Kowt)
Bij de Nederlanders is de toiletgang vaak een geliefd gespreksonderwerp.
1 oktober (Kandahar)
Kapitein Piet vertelt over de wreedheden van de Taliban.
1 oktober (Kabul - Kandahar)
In het Holland House draaien ze snoeiharde gabbermuziek.
29 september (Eindhoven - Adana)
Een anonieme militair: "Ze wisten vanaf dag één dat het vechten zou worden."
Jemig de pemig
8 oktober 2006
Deh Rawood
"Present. O negatief," antwoord ik desgevraagd wanneer voor vertrek m'n naam geroepen wordt. Het scherfvest is zwaar. Het rugzakje met ruim tien liter water in kleine flesjes ook. De helm hoeft goddank niet op. "Vooral omdat we er zonder helm, voor de bevolking, wat minder afschrikwekkend uitzien," wordt me uitgelegd. Ik vind het prima. Het is ruim boven de dertig graden.
De leden van het PRT (Provinciaal Reconstructie Team) vertellen dat ze een bepaalde arts zoeken. Hij is al eens op het Nederlandse kamp geweest. Nu willen ze zijn praktijk bezoeken en inventariseren waarmee ze de man kunnen helpen. De pelotonscommandant geeft nog wat laatste instructies. Even later lopen we de laatste wachtpost van het kamp Deh Rawood voorbij.
Behendig springt de soldaat voor me, via drie stenen, het klaterende beekje over. Ik zet m'n linkervoet op de eerste, verlies m'n evenwicht en mis steen twee en drie. Dom want nu heb ik twee kletsnatte voeten.
We lopen tussen bruine, lemen muren. Er achter wonen de clans en families in hun zogenoemde quala's. De eerste Afghanen die zich laten zien zijn kinderen. Ze steken hun handen uit maar waar ze om vragen is me onduidelijk. De militairen delen stickers met de Afghaanse vlag uit en flyers met pro ISAF foto's en teksten. Meer om uit te delen hebben ze ook niet.
Via de tolk praat de pelotonscommandant met een groepje mannen. Sommigen kijken, gehurkt op een smal, laag stenen muurtje de andere kant op maar ze missen geen woord van wat er gezegd wordt, dat blijkt als ze zich af en toe plots met het gesprek bemoeien. Traditioneel genieten oudere mannen hier meer gezag. De dokter woont een half uur lopen verderop beweert de man met de meeste rimpels.
We lopen achter elkaar. De onderlinge afstand moet, uit veiligheidsoverwegingen niet te klein zijn. Als ik even later een hoek om sla, staan Ton en Mike de patrouille te filmen. De geur is er eerder dan het besef. Ze staan tussen manshoge weedplanten met dikke bijna oogstklare toppen. Ik maak foto's. De militair die me bewaakt komt achter me tot stilstand en mompelt: "Ze gebruiken het vooral om touw van te maken hoor meneer." Dat lijkt me stug. De opbrengst van een gram Afghaanse hash moet vele malen hoger liggen dan een paar meter henneptouw. Bovendien heb je voor de productie van touw geen toppen nodig. Terwijl we stilstaan, omdat aan de kop van de patrouille een gesprek met een dorpeling wordt aangeknoopt, deinen de planten zachtjes heen en weer. "Mozes kriebel!," hoor ik Kees van Kooten in zijn creatie als verstokte hippie Koos Koets verrukt uitroepen.
Maar wie profiteert van deze oogst? Het zou niet het eerste gewapende conflict zijn dat met de opbrengst van narcotica gefinancierd wordt. Eind jaren zeventig, toen ik, zoals veel leeftijdgenoten op feestjes, nog wel eens aan een jointje trok, kwam ik een keer op bezoek bij een dealer die zo bleek, groot inkocht. De hasj stond verpakt in een kakikleurige juten zak met daarop het embleem van de 't PLO, een strijder met zo'n geblokte shawl en een machinegeweer in zijn handen. Rode Libanon spekte de kas van de Palestijnse Verzetsbeweging.
Hier in Afghanistan is in de provincie Helnand een bestand afgekondigd. De Britten hebben er in de strijd met de Taliban al tientallen manschappen verloren, Nu wordt er onderhandeld. Waarover precies is me, op het moment dat ik dit stukje schrijf nog niet helemaal duidelijk maar naar verluidt hebben de Taliban onder meer geëist dat de weedoogst en het zaaien van nieuwe papaver - opiumplant die gebruikt wordt voor de productie van heroine - door ISAF niet verstoord wordt. Omdat ISAF nog geen alternatieve inkomstenbronnen biedt aan de boeren lijkt het een slimme zet van de Taliban waarmee ze 'hearts and minds' winnen. Vraag is natuurlijk wie de oogsten nu op gaat kopen. Als de Taliban het doet, kunnen ze er miljoenen aan verdienen door het spul als drugs door te verkopen. Met die opbrengsten kopen ze dan natuurlijk wapens, wellicht betere dan ze nu hebben, en die richten ze dan weer op 'onze' soldaten. Er lijkt voor 'ons', zo lang we voor de boeren geen even lucratief alternatief hebben, maar één uitweg: koop de oogsten op en doe er iets nuttigs mee. In Nederland zijn er al jarenlang bedrijfjes die van hennep bijvoorbeeld kleding maken. En opium is de grondstof voor een beroemd pijnstillend middel; morfine. "Jemig de pemig," zou Koos Koets teleurgesteld uitroepen maar ja, we moeten toch wat. Vast staat dat de Amerikaanse aanpak, namelijk: platbranden die handel, niet werkt.
