Reporter 

Eindhoven- Kabul 

Ma 24/09- 25/09 

Het kabinet gaat op korte termijn beslissen of ze de Nederlandse deelname aan de NAVO-missie in Uruzgan wil verlengen. De afgesproken termijn van twee jaar loopt volgend jaar augustus af. NAVO-secretaris generaal Jaap de Hoop Scheffer heeft vanuit Brussel laten weten dat Nederland niet weg kan uit Afghanistan. Hij gaat daar niet over en bovendien zou zijn organisatie voor een land zorgen dat het stokje van de Nederlanders zou overnemen. Daar spreekt hij niet over. Vreemd. Nog vreemder: ministers zijn druk in de weer om voor die deelname en opvolging te lobbyen. Naar verluidt is de voorlopige oogst pover. Slowakije lijkt bereid drie brandweerwagens te leveren. De Afghaanse president Karzai zegt voor de tv-camera dat hij graag wil dat de Nederlandse IASF-troepen in het zuiden van zijn land blijven opereren. Dat hij dat nu zegt is natuurlijk geen toeval. 

En dan was er onlangs nog het oriëntatiereisje van een delegatie Kamerleden. Vol enthousiasme verhaalden ze na terugkeer over het goede werk dat de Nederlanders in Uruzgan verrichten. Alleen Femke Halsema waagde het dat succes te relativeren want zo zei ze: “We zijn de poort van het Nederlandse kamp niet uit geweest.” Haar collega-kamerleden baseren hun lofgetrompetter dus in ieder geval niet op eigen waarneming maar op wat hun verteld is door de militaire leiding te Uruzgan. 

Precies een jaar geleden was ik, samen met cameraman Ton Vanderplas en geluidsman Mike Dam twee weken in Afghanistan. Onze bevindingen kunt u nog steeds bekijken op deze website.

Nu gaan we terug om te bezien of er vooruitgang is geboekt. De strategie van de Nederlandse ISAF-troepen heeft de voorbije weken in ieder geval een forse tik opgelopen.

De bedoeling van die aanpak is dat, vanuit de kampementen bij Tarin Kowt en Deh Rawod de invloed van de ISAF zich als een inktvlek over de provincie verspreidt bijvoorbeeld door lokale politie– en legereenheden op te zetten, en te trainen, scholen te bouwen enzovoorts. Zo zou de tegenstander, de taliban, zijn greep op het gebied op termijn moeten gaan verliezen. Maar de afgelopen periode heeft de taliban in de omgeving van Deh Rawod juist terrein gewonnen. Er zijn merkbaar meer strijders in het gebied actief. Voorlopig dieptepunt een langdurig vuurgevecht vorige week donderdag waarbij soldaat eerste klasse Tim Hoogland werd gedood. 

Geen bermbom, mortier of zelfmoordactie maar geweerkogels doodden de 20-jarige militair uit Vroomshoop bij Enschede. De taliban openden het vuur op het peloton vanuit een hinderlaag in plaats van een snelle guerrilla actie. Mogelijk een teken dat ze terrein winnen en dat de zogenoemde inktvlekstrategie van ISAF z’n langste tijd rond Deh Rawod gehad heeft.

Eerder vandaag heeft commandant der strijdkrachten Dick Berlijn in een toespraak gezegd dat hij zo snel mogelijk extra manschappen nodig heeft. Welk land ze levert maakt de CDS niet uit, zo meldt hij. De aanleiding voor zijn dwingende oproep wordt duidelijk als Berlijn erkent dat “de militaire situatie rond Deh Rawod is verslechterd.” 

In de vertrekhal van vliegbasis Eindhoven, raken we aan de praat met twee F16-piloten. Ze zijn, net als wij, voor de tweede keer op weg naar Afghanistan. Ze worden gestationeerd op Kandahar, de grootste luchtmachtbasis van het land. Van hieruit zullen ze vooral hun collega’s op de grond ondersteunen. 

“Als ik hoor van zo’n aanval als vorige week bij Deh Rawod dan baal ik dat ik thuis zit. Zeker nu er een Nederlander is omgekomen. Dan word ik echt kwaad. Gecontroleerde kwaadheid want emotie mag nooit de overhand krijgen dan functioneer je niet meer “, vertelt één van hen.

Ze willen niet met naam en toenaam in de publiciteit want het zou niet de eerste keer zijn dat partners van militairen vervelende telefoontjes krijgen.

Kandahar ligt een flink stuk zuidelijker dan de bases bij Tarin Kowt en Deh Rawod maar indien nodig is een F 16 binnen twintig minuten ter plaatse en kan hij zware bommen inzetten om grondtroepen te ontzetten.

“Als je dan op je oor een militair op de grond hoort zeggen: Jullie zijn de engelen op mijn schouder, dan krijg je daar echt kippenvel van, dan voel je echt tot in je vezels waarom je dit werk doet. “ 

Een paar jaar geleden interviewde ik voor Netwerk vier van hun collega’s. Ze hadden net een reeks gevechtsmissies boven Kosovo achter de rug. Eén van hen had daarbij een Servische MIG naar beneden gehaald. Ze lieten me cockpitopnamen zien. Als een Nederlandse vlieger op z’n hielen wordt gezeten door een vijandelijk toestel, maakt hij een spectaculaire duikmanoeuvre naar beneden waarbij hij door de vrijkomende G krachten bijna z’n bewustzijn verliest terwijl de het waarschuwingssysteem van zijn toestel aangeeft dat hij te veel hoogte verliest. ‘Altitude, altitude!’. De piloot redt het, mede door de aanwijzingen van een collega vlieger die hem coacht via de intercom. Alle Nederlandse F16 piloten kennen de beelden, zeggen de twee collega’s in de vertrekhal. “Het bewijst hoe ontzettend belangrijk het is dat je altijd met z’n tweeën vliegt.”

Hij wijst in de richting van de honderd wachtende militairen. Veelal hoger kader. “Er zit een hele reeks NAVO- generaals bij. Afgevaardigden van zo’n beetje alle lidstaten. Ach, dan krijgen we in ieder geval goed eten onderweg.” 

Ruim vijf uur later. Opnieuw maken ze indruk. De messcherpe kammen van de Afghaanse bergen. Als een waarschuwing aan vijandige indringers. De zon komt er net bovenuit in de richting die we vliegen, het oosten, Kabul.

Het lichaam van Tim Hoogland vliegt met hetzelfde toestel terug naar Nederland. Begeleid door zeven van zijn collega’s. Leden van zijn eenheid. Jongens die bij hem waren toen Hoogland dodelijk verwond werd door twee kogels. Ze zijn amper van zijn zijde geweken de hele reis lang. Van Deh Rawod naar Tarin Kowt en van daaruit naar Kabul. Nu klinkt er een laatste trompetstoot en vergezellen ze hem naar huis waar ze hem dinsdag tijdens de uitvaartplechtigheid een laatste groet zullen brengen.