Reporter 


Nieuw pasje...

Embedded


In bed met defensie (deel 2) 

(voor deel 1 zie weblog 2006)

Maandag

Foto: Kolonel N. Geerts

“Er hoeft niet in geknipt te worden”,  zegt Arthur de Leeuw, verslaggever van BNR-Nieuwsradio enthousiast wanneer hij de container annex werkplek van de media op Kamp Holland binnen komt lopen. Hij heeft zojuist kolonel N. Geerts, commandant van de basis bij Tarin Kowt geïnterviewd. “Dat was t eerste dat ie zei toen t gesprek voorbij was.” Hij glundert want de kolonel is tamelijk openhartig geweest. En Joris, de PIO (Press Information Officer) had evenmin commentaar. Arthur begint, naast me gezeten, te monteren. 

Eerder die ochtend is NRC-collega Hanneke Chin-A-Fo op de gang in gesprek geraakt met twee Ghurka’s, Nepalese strijders met een indrukwekkende reputatie van vechtlust en meedogenloosheid. Ze hebben hier in Afghanistan al onder Engelse vlag gevochten in de provincie Helmand. En met succes. Ze zijn niet groot van stuk maar goed getraind en uiterst behendig in het bergachtige terrein van Zuid-Afghanistan. Angst is een Ghurka vreemd. De twee op de gang praten vrijuit met Hanneke. Het betreft twee officieren die hier kwartier komen maken. Over goed twee weken volgt er een flinke groep collega’s. Ze komen vechten hier in Uruzgan en ze vertellen zelfs precies in welk gebied en met welk doel. Hanneke deelt die informatie met ons, haar collega’s. Arthur gebruikt die kennis in het interview met commandant Geerts. 

Later die middag is hij klaar met z’n montage. Hij laat het gesprek horen aan één van de voorlichters. “De Baluchi vallei is al lange tijd in handen van de Taliban. Gaat u daar nog wat aan doen?”, vraagt in het interview Arthur.
“Daar gaan we wat aan doen”, begint kolonel Geerts zijn antwoord, vervolgens trekt hij zijn betoog de breedte in door het over heel Uruzgan te hebben. Dan confronteert de BNR-verslaggever hem met wat hij weet over de Ghurka’s. Overigens pretendeert hij in zijn vraagstelling dat hij ze zelf heeft gesproken. Geerts houdt wat hij weet voor zich door te zeggen dat hij er niets over kan of wil zeggen. De voorlichter is tevreden en keurt uitzending van het gesprek na beluistering, goed. Er is volgens hem geen operationele informatie gewisseld in het gesprek. En dat is de enige censuur die hier op publicaties kan worden toegepast. Begrijpelijk overigens want anders zouden wij, de media, de taliban, of OMF (Opposing Militant Forces) zoals ze ze hier noemen, in de kaart kunnen spelen. Net als zijn collega, die bij de opnames aanwezig was, ontgaat het ook deze PIO dat de commandant een op handen zijnde actie in de Baluchi vallei aankondigt.

Collega Hanneke schrijft voor de NRC een stuk over de inzet van Ghurka’s in Uruzgan. Aanvullende informatie over het exacte doel, laat ze, op last van de PIO’s, weg. Beide journalisten sturen hun bijdrages aan het eind van de middag, na een laatste controle door de voorlichters, naar hun redacties. Ze zullen de volgende ochtend vroeg gepubliceerd worden.

                                                                                                                           Foto: moedeloze mannen

Diezelfde avond komt PIO Joris, ietwat opgewonden, de mediacontainer binnen lopen. “De Ghurka’s moeten eruit.” Hanneke kijkt verbaasd op en repliceert: “Dat kan niet want dáár gaat mijn stuk nou juist over.” PIO Joris vertelt dat hij Arthur van BNR net uit diens bed getrommeld heeft en dat die de opdracht van de commandant al heeft uitgevoerd. Hanneke houdt voet bij stuk. “Ik schrijf niets over hun precieze missie en jullie hebben mijn stuk tot twee keer goedgekeurd.” Joris antwoordt dat het hier geen camping is. Een opmerking die bij mijn NRC-collega verkeerd valt. Ik leg Joris uit dat dat soort platte algemeenheden geen bijdrage aan de discussie leveren en bovendien als beledigend kunnen worden opgevat.

Hij verdwijnt om zijn meerdere Tjip er bij te halen. Arthur van BNR betreedt ons werkvertrek met een door de slaap verward kapsel en bevestigt dat hij zijn vragen over de Ghurka’s al uit zijn stukje heeft verwijderd, en de nieuwe ingekorte versie naar Nederland heeft gestuurd. “Het gaat mij ook helemaal niet om die Ghurka’s”, zegt ie. “Mij gaat het om die actie in de Baluchi vallei”, dan verdwijnt ie.
Even later leest Tjip opnieuw het artikel van Hanneke. Het stuk is dan al verstuurd en de deadline voor de krant nadert. “De Ghurka’s moeten er van de commandant uit”, zegt Joris nog eens. Tjip lijdt sinds de middag aan buikloop en snelt met alsmaar kortere onderbrekingen naar de Dixie, het toilet. Hij ziet bleek en is merkbaar vermoeid. Na lezing geeft hij voor de derde keer zijn fiat aan het geschrevene.
Wanneer ik de PIO’s rond middernacht een goede nachtrust wens, maant Joris me hun container in. “Mag ik je pasje, je krijgt een nieuwe.” Volgzaam peuter ik het ding uit m’n broekzak. Het nieuwe kleinood hangt aan een zilverkleurig kettinkje. Even denk ik dat n droom in vervulling gaat, ik ben Nr. 10, Maradonna, geworden. Maar dan lees ik, gelegen in m’n stapelbed, het opschrift: ’Escorted in restricted areas’. Arthur van BNR heeft, als enige, nergens last van. Die vliegt de volgende ochtend vroeg via Kabul terug naar Nederland.

Dinsdag

In de loop van dinsdagochtend zie ik aan geluidsman Mike dat ie er de pest in heeft. Z’n gezichtsuitdrukking is nog strakker dan anders. De oud-commando vertelt dat ie al twee keer op een vervelende manier is bejegend op de gang door leden van de militaire staf. Mike is een geduldig man maar er zijn grenzen, weet ik. Staf of geen staf, wanneer ze hem serieus blijven beledigen, en als onbetrouwbaar brandmerken, lopen ze de kans gecorrigeerd te worden op een manier die ze niet gewend zijn. Mike en cameraman Ton Vanderplas hebben er genoeg van. Ze willen geen voet meer zetten binnen de nu voor ons ineens ‘restricted area’. NRC Hanneke is al toegeblaft dat ze haar (nieuwe) pasje zichtbaar moet dragen toen ze om een vuurtje vroeg. En ook ik merk dat de houding van de voorheen voorkomende gangbewoners veranderd is.

Die avond maak ik m’n dagelijkse gang langs het dinerbuffet. Te veel, te lekker eten. Verse groente en fruit in metalen bakken. Tonijn vandaag. Terwijl ik m’n papieren bordje vol schep, zie ik commandant Geerts aan de overkant hetzelfde doen. Zijn gebaren zijn kortaf en hij fulmineert: “Ik ben helemaal klaar met die journalisten. Ze houden zich niet aan afspraken.” De geüniformeerde mannen om hem heen brommen instemmend. Even overweeg ik hem aan te spreken maar dan snap ik dat dit niet het juiste moment noch de juiste plaats is. 

Wel zeg ik tegen PIO Tjip, die al weer wat gezonder oogt, dat de sfeer verslechterd is en dat de commandant algemeenheden over journalisten bezigt die daar naar mijn indruk de basis voor vormen. De kolonel is woedend over een persbericht van BNR dat maandagochtend in alle vroegte in Nederland is verschenen. De kop: ‘NAVO plant operatie in vallei Uruzgan’.

Woensdag

Ik vraag om een gesprek met Geerts, al is het maar vijf minuten, om de misverstanden uit de weg te kunnen ruimen. Dan wordt duidelijk dat we niet voor niets nieuwe pasjes hebben gekregen. We moeten weg uit deze gang. Verhuizen naar een nieuwe ruimte die overigens nog niet gereed is. Het gebied waar we ons nu bevinden wordt ‘restricted’. Er komt een toegangshek dat op slot gaat. Ik informeer of het één een gevolg is van het andere. PIO Joris begint een semi-academisch betoog over de manier waarop BNR het interview met de commandant in een persbericht heeft samengevat. De hele situatie begint me inmiddels flink de keel uit te hangen, dus leg ik hem uit dat het me niet bijster boeit wie waar precies schuldig aan is. “Mijn integriteit wordt door Geerts betwist en dat vind ik onacceptabel”, onderbreek ik hem geïrriteerd. Ik wend me opnieuw tot zijn meerdere, Tjip, en zeg hem dat het me goed lijkt wanneer zijn baas vijf minuten tijd vrij maakt voor een gesprek met de nog aanwezige media. “Als dit zo voortduurt, zal ik m’n beklag doen bij het ministerie en voel ik me genoodzaakt er ook in Netwerk, waar ik vanavond weer een telefonisch kruisgesprek mee heb, melding van te maken. Dit kan echt niet.”
Tjip vindt zo’n gesprek op dit moment geen goed idee. Hij taxeert dat het tot verdere escalatie zal leiden.
NRC-collega Hanneke loopt weg en zegt vanaf de drempel: “Dan ga ik er nu een stuk voor m’n krant over schrijven”, en verdwijnt, de daad bij het woord voegend, de gang op.
“Vind je dat nou professioneel?”, vist PIO Joris. “Het is een ieder geval een nieuwsfeit wanneer de media hier aan banden worden gelegd”, reageer ik. “Goed, ik ga de commandant nu vragen of ie tijd heeft”, zegt PIO Tjip en verdwijnt.

Diezelfde avond om negen uur. In Nederland heeft de NRC de krant geopend met: ‘Vrijheid pers in Uruzgan aan banden’. Commandant Geerts heet ons welkom in zijn (dubbele) container. De inrichting is sober. Een wanstaltig bruin skai lederen bankstel met een zwart houten frame domineert de ruimte. Nadat ik hem uiteengezet heb wat onze grieven zijn, reageert hij met: “Daar heb ik een helder beeld bij.” 
Vriendelijk maar vastberaden is de kolonel. De verhuizing van de media uit ‘zijn’ gang stond al veel langer op zijn wensenlijstje. Hij erkent dat BNR de aanleiding vormt om de maatregel nu door te voeren. Hij verontschuldigt zich voor zijn uitval in de eetzaal. “Maar ik was inderdaad zwaar over de rooie ”, verklaart-ie. Hij verzekert ons bovendien dat hij dat soort termen bij de dagelijkse stafbriefing niet geuit heeft.
We mogen voorlopig op ‘zijn’ gang blijven werken, zeker zo lang er geen internet aansluiting op onze nieuwe werkplek is. Maar naar Deh Rawod gaan we niet. Hij legt uit dat hij onze veiligheid buiten de basis daar niet kan garanderen. Met het gedoe rond het BNR persbericht heeft dat besluit dus niets te maken, bezweert hij ons. Tot slot geven Hanneke en ik onze visie op alle kippendrift en misverstanden rond de gewraakte publicatie. Geerts hoort ons relaas geduldig en zwijgend aan. PIO Joris luistert eveneens in stilte. En zo kan iedereen zijn eigen visie op de werkelijkheid van de gebeurtenissen behouden.

Kolonel Geerts glimlacht als hij instemt met een interview later deze week.
De kou is uit de lucht maar alle maatregelen blijven onverminderd van kracht.
M’n gedachten dwalen daarom onwillekeurig af naar het laatste woord uit de novelle ‘De kolonel krijgt nooit post’ van Gabriel Garcia Marquez: Stront!