Reporter 

Rules of engagement

 

De vliegen hier zijn alert, snel. Wijlen mijn oma ving vliegen met haar handen, zo ook mijn vader. Het kunstje is ook in mijn genen beland. Wanneer het diertje landt, dien je het omzichtig te benaderen. Aan de kant waar z’n kop zit. De hand een kwartslag gedraaid. Zo vormt de handpalm een muurtje, dat langzaam dichterbij komt. Intussen hou je het insect nauwlettend in de gaten. Vaak wast het diertje zich door z’n voorpootjes over elkaar en daarna over z’n kop te wrijven. Mensen die katten hebben, weten hoe dat er uit ziet. De zich reinigende vlieg is zich minder bewust van zijn omgeving. Je brengt je hand dan, schuivend over het oppervlak, wat sneller dichterbij. Let goed op. Wanneer de vlieg stopt met wassen, meteen halt houden en wachten tot ie z’n bezigheid hervat. Dan schuif je je hand in een rustig geleidelijk tempo tot circa 15 centimeter, wacht nog heel even om vast te stellen dat het diertje niet gealarmeerd is, en dan sla je toe met een pijlsnelle voorwaartse beweging. 

Een bijna onfeilbare methode. Immers de vlieg wil vluchten maar kan niet anders dan vooruit wegvliegen en de muur van je hand is te hoog. Mits je snel genoeg bent. Daarna kun je de vlieg doodknijpen, buiten gooien, in een spinnenweb mikken, door het toilet spoelen of aan een vleesetende plant voeren. Ik laat dat besluit afhangen van de mate waarin het diertje me verveeld heeft en de plek waar ik me bevind. Meestal open ik een buitendeur en gun het beestje de vrijheid. Maar als de onverlaat dan besluit meteen weer terug naar binnen te vliegen, verdwijnt mijn vergevingsgezindheid, en volgt een wisse dood. 
Acht van de tien keer dat ik het in Nederland probeer, heb ik ze te pakken. 

Maar hier is alles anders. Ze zijn talrijk en als gezegd sneller en alerter. Bovendien agressief en ongrijpbaar. Ze hebben lak aan de gewoontes van hun soortgenoten in het westen. De vliegen in Afghanistan komen vaak in kleine groepjes en verplaatsen zich razendsnel. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, blijven ze zelden lang zitten om zich te wassen. Ze dringen door op allerlei plaatsen waar ik ze niet verwacht: onze werkruimte, m’n slaapvertrek en zelfs de eetzaal. Een bron van ergernis die het verblijf hier behoorlijk veronaangenaamt. En dus zin ik op onorthodoxe methodes. Ik voel me welhaast gedwongen m’n ‘rules of engagement’ aan te passen. De vlakke hand, de vliegenmepper, de spuitbus, de bekende strips met lokgeur waaraan ze massaal blijven plakken. Mogelijkheden die ik onder normale omstandigheden nooit serieus zou overwegen. Maar wat moet ik dan? Ze hun gang laten gaan? 

In de omgeving van Deh Rawod is het nog erger. Daar verzamelen ze zich in groten getale. Ze verdrijven er alle andere insecten. Die op hun beurt de richting van het stadje opvluchten. Van oorsprong komen ze uit Pakistan hoewel hun ouders hier in Afghanistan geboren zijn. Het zijn echte rotzakken. Ze gebruiken tactieken die ik nergens eerder heb gezien. ‘Hit and run’ is hun favoriete bezigheid. Het is al een paar keer voorgekomen dat ik achter ze aan joeg en ze zich verstopten in een bijenkorf. Omdat ze met zo veel zijn, hebben ze de overhand. Dan dwingen ze één of twee jonge bijen zich te posteren bij de ingang van de korf in de wetenschap dat ik dan niets zal doen. En áls ze dan al naar buiten komen, begeven ze zich tussen diezelfde jonge bijen zodat ik ze niet kan pakken zonder ook die te raken. En ja, ik wil natuurlijk niet de dood van onschuldige insecten op m’n geweten hebben. Bovendien zouden die zich dan massaal tegen me keren en dan heb ik hier geen leven meer. 

En nu terwijl ik dit stukje tik, gaan ze voortdurend op m’n neus, m’n handen of voorhoofd zitten om van daaruit snel plaats te nemen op m’n mobiele telefoon, of het beeldscherm van m’n laptop. Daar waar ze weten dat ik ze niet kan grijpen zonder het risico dingen kapot te maken. 
Het is om moedeloos van te worden.