Reporter 

Dansen op de vulkaan

Het is zijn dag vandaag. Hij komt aanrijden in een legergroene Jeep. Een glimlach op zijn jonge gezicht. Hij is vandaag 31 geworden en wij zijn z’n mooiste cadeau want vandaag vertrekken we. Behulpzaam stapelt hij onze koffers vol apparatuur in de achterbak en rijdt naar de ‘inchecktent’ een kilometer verderop. Wanneer we daar aan komen lopen, zien we van verre hoe hij onze spullen uitlaadt en keurig naast elkaar op de grond zet. Pio (Press information offcier) Joris lacht ontspannen. Eindelijk is hij van ons verlost, die kwelgeesten van de KRO en hun vasthoudende vrouwelijke collega van NRC Handelsblad. 

Joris en zijn collega’s hebben het de voorbije twee weken moeilijk gehad. Steeds opnieuw moesten ze eerst ‘misschien’ en vervolgens ‘nee’ verkopen op onze verzoeken. 
We wilden naar Deh Rawod, het andere, kleinere kamp ten westen van Tarin Kowt waar de situatie gespannen is omdat de taliban er een flink gebied terug hebben ingenomen wat er toe leidde dat duizenden Afghanen in de regio op de vlucht zijn geslagen in de richting van het stadje en het Nederlandse kamp. Het kon niet want ‘te onveilig’ kregen we uiteindelijk te horen. Vervolgens wilden we naar Talani, een dorp op amper vijf kilometer van Tarin Kowt. Ook daar hebben zich, naar verluidt, enkele honderden ontheemden verzameld. Maar ook dat ging niet door. Het lag niet in de planning van het PRT (Provinciaal Reconstructie Team). Dan was er nog het gedoe rond de nieuwsberichten van BNR Nieuwsradio en de NRC over een op handen zijnd NAVO-offensief in de nabijgelegen Baluchi vallei en de inzet van Nepalese Ghurka’s. Nieuws dat naar buiten kwam nadat twee Ghurka’s loslippig tegen NRC-verslaggever Hanneke aanliepen en de commandant een paar woorden teveel zei tegen BNR-verslaggever Arthur. De Pio’s onderkenden onvoldoende wat er precies gepubliceerd ging worden en zo kwam er zogenoemde ‘operationele’ informatie op straat te liggen. Het leidde tot een paar stevige discussies met de Pio’s en een verhelderend gesprek met de commandant. Geen hoogtijdagen voor Pio Joris. Nu drukt hij ons ontspannen de hand en lacht met een grimas al zijn tanden bloot. Even voel ik vooral compassie voor hem. We wensen hem nog een mooie verjaardag. Een paar minuten later trapt hij, de bevrijde grijns, als bevroren op zijn gezicht, het gaspedaal van zijn jeep in.
Zijn collega Pio Tjip neemt ruim de tijd om afscheid van ons te nemen. ‘No hard feelings’ is de boodschap als hij ons zelfs kortstondig omhelst.

Het nieuws over een TIC (Troops in contact) bedrukt de wachtende militairen. Een paar weken op verlof of definitief naar huis. Een Australische patrouille is vanmorgen, niet ver van het kamp, in een taliban hinderlaag gelopen. Eerst was er in de berichten sprake van twee gewonden. Er geldt, niet voor t eerst in de voorbije twee weken, een ‘black hole’(communicatiestop) zodat het thuisfront door de NAVO geïnformeerd kan worden voordat de feiten de openbaarheid halen. Inmiddels is bekend geworden dat één Australiër is omgekomen. Meer weten we nog niet. Er zijn, ook bij de Ozzies rotaties gaande. Het slachtoffer is dus net in Afghanistan gearriveerd of stond op het punt naar huis terug te keren. Om me heen praten de Nederlanders over zijn lot. ‘Je zult gisteravond maar gebeld zijn met de mededeling dat je man, vriend, broer, zoon of pappa vandaag of morgen thuiskomt en nu een telefoontje krijgen dat hij overleden is”, zegt een aangeslagen vijftiger naast me. 

Al drie kwartier wachten we, schuilend tegen de brandende zon, onder de van houten bankjes voorziene overkapping naast de landingsbaan. De Dash, het propellervliegtuigje dat ons naar Kabul moet brengen, heeft een uur vertraging meldt de militair van dienst. Dan zien we een Apache gevechtshelikopter opstijgen. Even later raast de Pantzerhouwitzer, een tank met een ver reikend kanon, in een wolk van opstuivend stof, een nabijgelegen heuvel op en kiest positie. Zo weten we zeker dat er weer ergens gevochten wordt. 
“Wegens omstandigheden kan ons vliegtuig niet landen. We keren terug naar de basis”, zegt een militair. Op vragen wat die omstandigheden zijn, geeft hij geen antwoord. Terug op de basis horen we dat het gevecht dat de Australiërs sinds vanmorgen voeren nog altijd gaande is. Het speelt zich in de directe nabijheid van het kamp af en daarom is het voor de Dash niet veilig genoeg om te landen. Amper een uur later is het dat kennelijk wel. De Pantzerhouwitzer zal, zo wordt ons ter geruststelling meegedeeld, pas gaan vuren wanneer we zijn opgestegen. 

Door het kleine raampje bekijk ik het rauwe Afghaanse landschap. Twee weken geleden dommelde ik, vermoeid door de reis vanuit Nederland, in slaap. Nu houdt het uitzicht me moeiteloos wakker. Kleine dorpjes liggen halverwege de top tegen berghellingen aangeplakt. Sporadisch want vaak is er minutenlang geen spoor van leven te bekennen. Dan kronkelt er een riviertje door een groen dal met hier en daar een quala. Land dat zich niets aantrekt van de wereld. Grond die zich uitsluitend laat belopen, bewonen en bewerken door haar bewoners. En dan weet ik waarom ik eerder dacht dat de bergtoppen vijandig ogen. Het zijn speerpunten in een goed gecamoufleerde val die indringers van buiten pas zien als het te laat is. Ook de Nederlandse leeuw kan hier niet overleven. Je maintiendrai staat in ons wapen. Ik zal handhaven. Ja, zo lang we in de dalen en op de vlaktes blijven, goed bewapend, achter uit hesco’s opgetrokken, metersdikke muren. We zullen handhaven zo lang we tenminste vechten op overzichtelijk terrein vanuit onze technisch superieure voertuigen, helikopters en vliegtuigen. Maar zodra we ons in de bergen wagen zijn onze soldaten, mannen en vrouwen uit de Lage Landen, kansloos 

Net als twee weken geleden hangen de vlaggen op de ISAF-basis in Kabul halfstok. Toen voor de Nederlander Tim Hoogland, nu voor een nog anonieme Australiër. Het ‘black hole’ geldt nog altijd. Het tijdsverschil bepaalt dat de familie van de gedode militair nog van niets weet. Ze slapen nog. Over een paar uur komt het telefoontje dat hun leven zal verwoesten.

Die avond stappen we rond tien uur het ‘Czech house’ binnen. Iedere aan deze missie deelnemende NAVO-natie heeft hier op de basis bij Kabul een eigen stek.
Dus ook de Tsjechen. Hier wordt écht bier geschonken. Daarom dansen ze op de tafels. Militairen van alle nationaliteiten. Mannen en vrouwen die maandenlang door dit voor hen vreemde land hebben gepatrouilleerd, dreiging hebben gevoeld, een kameraad bij een aanslag hebben zien sterven of hebben gevochten tegen een vaak onzichtbare vijand. Dus drinken en dansen ze op de vulkaan die ze zelf zijn geworden zodat de spoken voor even uit hun hoofd verdwijnen.

Bekijk hier hoe er gedanst wordt in het 'Czech house'